Methodes (hoe kan men een echo maken)

Er zijn twee soorten echo’s: de uitwendige en de inwendige echo.

Uitwendige echo
Deze maakt afbeeldingen via de buikwand. Bij een uitwendige echo lig je op een onderzoekbank met de onderbuik bloot. Om een goede geleiding van de geluidsgolven te krijgen brengt de echoscopiste gel op je buik aan. Voor een goed beeld in het begin van de zwangerschap is het over het algemeen nodig dat je een volle blaas hebt. Dat hoeft meestal niet als de zwangerschap verder gevorderd is dan drie maanden. Een uitwendige echo is niet pijnlijk. Wel is het drukken op de volle blaas onaangenaam.

Inwendige echo (vaginale echo)
Voor een inwendige echo wordt er een dunne langwerpig transducer in de vagina (schede) gebracht. Bij de inwendige echo lig je op de onderzoekbank met je benen opgetrokken. Soms met een kussen onder de billen. Je doet je onderbroek uit. Om de dunne transducer wordt een condoom met wat gel gedaan om het inbrengen in de vagina gemakkelijker te maken. Het inbrengen doet meestal geen pijn. Een volle blaas is niet nodig, een lege blaas is zelfs beter. Sommige vrouwen hebben moeite met een inwendige echo. Dit kan te maken hebben met vervelende seksuele ervaringen in het verleden of met een ander pijnlijk gynaecologisch onderzoek. Wat ook de reden is, bespreek het van tevoren met degene die het echoscopisch onderzoek doet, zodat je samen naar een oplossing kunt zoeken.

Wanneer wordt er een inwendige en wanneer een uitwendige echogemaakt?
In het begin van de zwangerschap geeft men de voorkeur aan een echo via de vagina. Omdat het uiteinde van de transducer op deze manier dichter bij de baarmoeder komt dan bij een uitwendige echo, ontstaat een beter beeld. Een jonge zwangerschap is dan duidelijker zichtbaar. Ook kan er later in de zwangerschap een inwendige echo noodzakelijk zijn bv. om te kijken naar de ligging van de placenta (moederkoek) indien deze erg laag ligt.


voorwaarden: © Verloskundigenpraktijk Oldenzaal, Dinkelland en omstreken